Recentelijk – en met recentelijk bedoel ik letterlijk gisteren – ben ik teruggekomen van mijn eerste soloreis.
Al voelt vakantie eigenlijk als het verkeerde woord.
Ik volg een opleiding waarbij we met een groep op een afgelegen eiland samenkomen. Wat we daar doen zijn ook lessen, maar vooral intensieve processen van somatisch lichaamswerk. Therapieën die zo diep gaan dat ik, ondanks mijn jarenlange ervaring in deze wereld, nog nooit zoiets heb meegemaakt.
Elke dag werd ik opnieuw compleet afgebroken, om vervolgens met ongelooflijk veel liefde, zorg en zachtheid weer opgebouwd te worden.
Ik wil er bewust niet te veel over delen. Ook niet over de plek. Dat proces is van mij en van de mensen die erbij waren/zijn. Maar wat ik wel wil delen, is wat de afgelopen dagen tot mijn aandacht is gekomen.
Een van de afweermechanismen die ik vanuit mijn jeugd heb ontwikkeld, is derealisatie. Ik heb ermee leren leven zoals het nu is. Dat betekent niet dat het nooit kan veranderen, maar ik probeer te kijken vanuit het heden en niet vanuit een toekomst waarin alles misschien ooit opgelost is.
Voordat ik vertrok, dacht ik oprecht dat ik tevreden was met mijn leven. Ik voelde me goed, vrij rustig en redelijk gelukkig.
Tot deze reis alle gordijnen opentrok.
Ineens keek ik naar mezelf met een blik die ik nog nooit eerder had gehad. Alsof ik voor het eerst echt zag waar ik stond, waar ik vandaan kwam. Of misschien zag ik dat ik eigenlijk helemaal niet echt stond, in ieder geval niet gegrond, maar vastgemaakt met regels en defensesystemen. Als een helium ballonnetje dat zo weer wegvliegt zodra het touw wordt losgeknoopt.
Het leven op dat eiland voelde als een bubbel. Niet zo’n bubbel waarin je de werkelijkheid ontvlucht, maar juist één waarin alles echter voelde dan daarbuiten.
Ik heb me in lange tijd nergens zo veilig gevoeld.
De warmte, de openheid, de zorg, de prachtige mensen.
Iedere interactie voelde oprecht.
En voor iemand die zo gevoelig is als ik, is dat misschien wel het grootste cadeau dat er bestaat.
Mijn ziel werd gezien in elke interactie.
Tijdens die weken werd ik door iemand van de groep vergeleken met Pippi Langkous.
Dat nieuwsgierige meisje dat huppelend door het leven gaat. Dat met iedereen een praatje maakt. Dat zonder schaamte nieuwe mensen aanspreekt. Dat tijdens een uitstapje met onbekenden op de foto gaat en binnen een paar minuten vrienden wordt met de locals.
Niet te vergeten dat ik vaak roep: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.”
Die vergelijking maakte me blij.
Mijn innerlijke kind floreerde. Ik voelde de essentie van hoe het leven eigenlijk bedoeld lijkt te zijn.
Maar nu ik terug ben…
…zie ik mezelf niet meer volledig als Pippi.
Ik voel me meer Alice.
Want de magie verandert zodra je terugkomt uit een wereld waarin je volledig gezien wordt. Waar je ziel welkom is. Waar niemand iets hoeft te bewijzen en waar mensen elkaar werkelijk ontmoeten.
Dan stap je weer de gewone wereld in.
De supermarkt.
Het werk.
De socialmediawereld en de haatcomments die daarbij komen.
De vluchtige gesprekken.
De automatische: “Hoe gaat het?” zonder het antwoord echt te willen horen.
En ineens voelt alles… nep. Oppervlakkig.
Hoe moet dit ook echt voelen als ik nog maar een paar dagen geleden met volkomen vreemden op de grond heb gelegen? Schreeuwend, huilend, schoppend. Opgerold in foetushouding. Om vervolgens getroost, vastgehouden en geknuffeld te worden met zoveel zorg en zachtheid, alsof het nooit anders was geweest.
Terwijl deze wereld onwerkelijk begint te voelen, vraag ik me ineens af:
Was die andere wereld dan wel echt?
Dat is precies hoe derealisatie voelt.
Alsof je net naast de werkelijkheid loopt.
Alsof je zweeft tussen twee werelden en niet helemaal meer voelt waar je staat.
Of je überhaupt wel staat.
Het paard wordt de haas.
De vrijheid verandert ineens in een schaakbord waarop de koningin al naar je kijkt voordat jij überhaupt een zet hebt gedaan.
Dagelijkse taken die eerst prima voelden, lijken opeens grauw en betekenisloos. En langzaam verdwijn ik weer meer in mijn hoofd.
Dat is misschien wel het paradoxale aan groeien.
De mooiste openbaringen kunnen het gewone leven tijdelijk moeilijker maken om te verdragen.
Omdat je ineens weet hoe echt verbinding kan voelen.
Omdat je weet dat er meer mogelijk is.
Nu is het mijn taak om Pippi weer terug te vinden.
Niet alleen door terug te verlangen naar dat eiland, maar door haar hierheen te brengen.
Naar mijn dagelijkse leven.
Naar de supermarkt.
Naar mijn werk.
Naar mijn eigen huis.
Met alle tools die ik onderweg heb verzameld (en nog ga verzamelen), wil ik leren dat die magie niet afhankelijk is van een plek. Dat ze ook hier mag bestaan.
Want als ik dat niet doe, val ik weer in het hol in het bos.
En nee, maak je geen zorgen.
Ik ben niet depressief.
Ik ben aan het verwerken.
Aan het landen.
Aan het kennismaken met een nieuwe versie van mezelf.
Ik kom thuis.
En daarmee bedoel ik niet het betonnen gebouw waarin ik dit schrijf.
Ik bedoel: in mezelf.
Alleen brengt thuiskomen ook nieuwe ontdekkingen met zich mee. Ontdekkingen die je weer een plek moet geven binnen een leven dat gewoon doorgaat.
Dat is niet altijd makkelijk.
In de dagelijkse sleur is het nu eenmaal moeilijker om bepaalde vuurtjes brandend te houden.
Maar ik geloof dat het kan, dat ik het kan.
Sterker nog: het moet. Er is geen andere optie.
Want ik wil dat jullie Pippi ook ontmoeten.
Ze zat veel te lang opgesloten.
Ik had haar veel te lang gemist.


Geef een reactie