Vertrouwen is een keuze.
Dat besef daalde laatst bij mij in.
Voorheen, als mensen mij naar iemand vroegen — bijvoorbeeld: “Vertrouw je hem?” — probeerde ik daar bijna rationeel over na te denken. Alsof het antwoord ergens buiten mij lag. Alsof het afhankelijk was van een soort abstracte derde partij die moest bepalen of iemand wel of niet te vertrouwen was.
Laatst was ik aan het wachten op een antwoord van iemand. Tijdens een gesprek zei iemand anders tegen mij:
“Ja, als hij antwoordt…”
En toen dacht ik ineens: “Als hij antwoordt… is er dan ook een kans dat hij niet antwoordt?”
Als ik kijk naar de mensen die ik tegenwoordig om mij heen kies — warm, zorgzaam en respectvol — dan zou dat eigenlijk geen probleem moeten zijn. Vanuit die kant is er namelijk nooit het tegendeel bewezen. Mijn vertrouwen is daar nooit geschaad.
Maar toch kwam de gedachte: is die andere optie er niet dan?
En ja, die optie is er zeker.
Die optie is er altijd.
Toen kwam er een zin in mij op:
“Ik kies ervoor om hem te vertrouwen.”
Om erop te vertrouwen dat hij netjes en respectvol met mij omgaat.
De “hij” in dit voorbeeld is eigenlijk bijzaak. Het gaat me niet zozeer om één persoon, maar om het principe erachter.
Er zitten namelijk twee belangrijke punten in.
Het eerste is dit: als iemand nooit het tegendeel heeft bewezen, dan heb je eigenlijk geen reden om diegene niet te vertrouwen. Trauma’s uit eerdere ervaringen helen namelijk niet door af te wachten tot vertrouwen vanzelf weer terugkomt. Ze helen door nieuwe ervaringen aan te gaan — en te ontdekken dat de uitkomst niet altijd negatief is.
Misschien zit daar ook wel een vorm van wat ik “selectieve naïviteit” zou noemen.
Naïviteit wordt vaak negatief gezien — als goedgelovig zijn, of jezelf voor de gek laten houden. En in sommige situaties klopt dat ook. Als iemand je bijvoorbeeld al eerder heeft gekwetst of je vertrouwen heeft geschonden, en je blijft teruggaan, dan is dat geen gezonde vorm van naïviteit.
Maar er bestaat ook een andere kant.
Naïef geloven dat iemand het beste met je voor heeft, zolang het tegendeel nog niet is bewezen, vind ik eigenlijk een hele mooie vorm van naïviteit.
Dan ben ik liever een beetje naïef —
tot het tegendeel bewezen is.
Het tweede punt is misschien nog belangrijker: als je wél reden hebt om iemand niet te vertrouwen — omdat dat vertrouwen eerder is geschonden of omdat iemand daar bekend om staat — dan is de vraag eigenlijk waarom je jezelf opnieuw in die situatie plaatst.
Soms is het namelijk niet zozeer dat de wereld onbetrouwbaar is, maar dat de mensen waarmee jij je omringt dat zijn. En daarmee kies je indirect ook voor die onzekerheid.
Het zegt veel over je innerlijke wereld of je nog kunt geloven in het goede van mensen.
Ik ken mijn eigen hart.
Dus ik weet dat er meer mensen zijn zoals dat.
En daarom kies ik ervoor om, zelfs nadat ik gekwetst ben, toch open te blijven.
Iedereen verdient die kans.
En als die kans wordt verspild, is dat ook oké.
Neem het niet persoonlijk.
Vaak is dat een weerspiegeling van hun innerlijke wereld — niet van jou.


Geef een reactie