Kun jij accepteren dat je iets niet weet?
Dat lijkt voor een groot deel van de mensheid een probleem te zijn.
Het accepteren dat er dingen zijn die we niet weten — of in ieder geval niet zeker kunnen weten — roept bij veel mensen ongemak op. Hoeveel van wat wij bestempelen als feit, is eigenlijk een feit?
En waar komt dat vandaan?
Als je het mij vraagt: controle. Of beter gezegd, de illusie van controle.
Voor mij bestaat dit thema uit twee delen.
Het grote plaatje
Dan hebben we het over geloof, politiek, de aarde, medicijnen, voeding, de kledingindustrie, school. Ik heb over deze onderwerpen mijn eigen duidelijke meningen, maar het feit blijft dat je op dezelfde vragen compleet andere antwoorden krijgt, afhankelijk van het perspectief van waaruit je kijkt.
Zoek ik op waarom fluoride in tandpasta slecht is, dan krijg ik inhoudelijk sterke argumenten. Zoek jij waarom het goed is, dan krijg je net zo goed onderbouwde antwoorden terug. We zweven tussen meningen van mensen, onderzoeken, aannames en mond-tot-mondreclame. Je weet nooit zeker of iemand het beste met je voorheeft, of vooral een product, overtuiging of angst wil verkopen.
Soms maakt alles willen begrijpen het leven ingewikkelder dan nodig is.
Op dit punt kun je al makkelijk een “ik zie door de bomen het bos niet meer”-moment krijgen. Toch vind ik het grote plaatje voor mezelf redelijk overzichtelijk: we kiezen een kant en hopen maar dat het de juiste is.
Neem vaccinaties als voorbeeld. Mensen zeggen dat het niet vaccineren van kinderen een enorm risico is, maar eerlijk gezegd is het wel doen ook een risico. Je gelooft uiteindelijk altijd datgene wat het dichtst bij jouw manier van denken en voelen ligt, en je hoopt op het beste.
Hetzelfde geldt voor geloof en het ontstaan van de wereld. Er worden veel onverklaarbare dingen verklaard, maar hoe je het ook wendt of keert: er is geen manier om het zeker te weten. Je was er niet bij. Je kunt het nooit controleren.
En daar ben ik oké mee.
Ik heb mijn eigen overtuigingen — wat voor mij logisch voelt en past — maar ik accepteer ook dat er dingen zijn die ik nooit zal weten. Ik vind dat niet eng. Ik vind het prachtig. Dat wij bestaan, kunnen denken, voelen, zijn — dat is op zichzelf al een wonder. Het is logisch dat er veel is dat buiten ons begrip valt. Dat maakt het voor mij niet bedreigend, maar juist mooi.
Ook politiek bekijk ik zo. Ik heb mijn meningen, maar zie tegelijkertijd vooral spelletjes en doorgestoken kaart. Daarom kijk ik sinds 2019 geen nieuws meer. Niet op mijn telefoon, niet op mijn laptop, nergens. Alles is geblokkeerd. Omdat het soms beter is om iets niet te weten dan angstig te worden van zaken waar je toch geen invloed op hebt en die in elk land, op elke zender een andere ‘waarheid’ belichamen,
En misschien moeten we ook begrijpen dat we allemaal een andere waarheid kiezen.
Niet omdat de één beter is dan de ander, maar omdat we onwetendheid allemaal anders invullen. Dat is menselijk.
Net zoals ik de kleur blauw prachtig kan vinden en jij er niks mee hebt. Dat maakt geen van ons fout. Het betekent alleen dat we anders kijken.
Ik weet van mezelf dat ik bereid ben het gesprek aan te gaan. Om jouw mening te horen en te accepteren, ook als die niet overeenkomt met de mijne. Maar de vraag is of we dat ook andersom doen. Of we echt kunnen verdragen dat iemand vanuit dezelfde onwetendheid tot een ander antwoord komt.
Kunnen we accepteren dat er meerdere waarheden naast elkaar bestaan, simpelweg omdat niemand alles weet?
De kleine, persoonlijke onwetendheid
De tweede vorm van niet-weten vind ik lastiger.
En dat is de onwetendheid in mijn directe omgeving.
Onduidelijkheid van mensen om me heen. Vage woorden die niet overeenkomen met acties. Zinnen die ontbreken, waardoor ik gedachten moet invullen. Dat maakt me nerveus.
Ik kan moeilijk genieten van momenten waarin ik moet afwachten. Als ik iets niet weet, word ik ongeduldig. Soms zo erg dat ik er niet van kan slapen. Dit is iets waar ik al lange tijd bewust aan werk, omdat ook deze vorm van controle een illusie is.
Het is angst.
Angst die voortkomt uit een jeugd waarin niets zeker was.
En dat vind ik interessant: hoe ik me volledig kan neerleggen bij het feit dat ik nooit zal weten hoe de aarde is ontstaan, maar moeite heb met niet weten of een afspraak doorgaat omdat iemands gedrag inconsistent voelt. Die twee staan lijnrecht tegenover elkaar.
Ons brein wil invullen
We proberen alles te begrijpen. Voor onszelf en voor anderen. We voeren gesprekken duizend keer in ons hoofd, zodat we voorbereid zijn op elk mogelijk antwoord. We kijken urenlang video’s over onderwerpen waarbij elke volgende video het vorige verhaal weer onderuit haalt.
Meer informatie, minder rust.
Misschien zouden we moeten leren oké te zijn met niet weten.
Vertrouwen op onze intuïtie. Vertrouwen dat sommige antwoorden geen waarde hebben als ze geen invloed hebben op het leven dat je nú leidt.
Als filosoferen je passie is en het je niet onrustig maakt, is dat iets anders. Maar te veel mensen maken zich druk om dingen die, naar mijn mening, vooral afleiden van hun eigen leven.
Wat ontloop je door deze speculaties?
Waarom voelt het veiliger in je hoofd als je denkt dat je het weet?
Misschien zit daar de kern.
En misschien is dát precies waar je aan mag werken.


Geef een reactie