Alles in het leven is niet per se goed of slecht; het is wat wij als maatschappij en als mensen als goed of slecht bestempelen. Een goed voorbeeld is dat we het er met z’n allen over eens zijn dat iemand vermoorden slecht is. Je doet je naaste geen pijn. Maar als we het omdraaien naar iemand die bijvoorbeeld jouw kind iets heeft aangedaan, begrijpt iedereen het ineens en zeggen ze: “Ik had hetzelfde gedaan” of zelfs “held”. Het ligt dus aan de instelling, motivatie en kijk op de situatie. Daarom zijn ‘goed’ en ‘slecht’ abstract.
Hetzelfde geldt voor een positieve of negatieve mindset. Het is een keuze die je elke ochtend opnieuw maakt, bewust of—meestal—onbewust. Vaak zonder dat we het doorhebben, bestempelen we een dag al als ‘goed’ of ‘slecht’, gebaseerd op hoe we hebben geslapen, hoe het verkeer onderweg naar werk was, hoe druk de werkdag is, of we tijd hebben gehad om te lunchen, het weer, en ga zo maar door.
Het krachtige hierin is het keerpunt waarop je beseft dat je bij elke dag de keuze hebt om die positief te maken en dus zelf je dag in een positief licht te zetten.
Neem bijvoorbeeld het fenomeen ‘winterdepressie’. Die term wordt je deze tijd van het jaar door iedereen om de oren geslingerd. Niemand kan het aan: de kou, de jassen, de korte dagen. Ik was ook zo iemand. Mijn glas was altijd half leeg, tot ik mezelf ongeveer twee jaar geleden voor het eerst uit een winterdepressie heb gepraat. De sleutel? Verander je innerlijke dialoog. Want je voelt en leeft wat je tegen jezelf zegt.
De winter is niet je vijand. Je eigen hoofd is dat soms wel.
Vroeger, als ik op werk was en het vreselijk weer was, lag daar mijn focus. Nu kies ik ervoor om te focussen op hoe lekker knus het binnen is, met kerstverlichting en gezelligheid. Of hoe veel leuker een avondje uit eten of een date is in deze maanden, met glühwein, lichtjes en terrasverwarmers. Als vrienden ’s avonds langskomen voor een film of serie, het buiten donker is en we lekker eten bestellen of warme chocolademelk drinken. Het heeft een bepaalde warme sfeer waar ik heel gelukkig van word, ook al ben ik een koukleum.
In negatieve gebeurtenissen zoek ik de les. Waarvoor positiefs heb ik hier iets uit kunnen halen, waardoor ik mogelijk niet meer dezelfde ‘fout’ maak? Wat heb ik over mezelf geleerd? Wat zegt deze gebeurtenis over de dynamiek in deze relatie—welk soort relatie het ook is?
Niet alles hoeft zo zwaar te wegen. Je hebt daar meer in de hand dan je denkt, al is het bij sommige gebeurtenissen moeilijk om iets positiefs te zien. Ik kan je wel verzekeren dat er altijd iets is.
Bij dit onderwerp denk ik nog vaak aan een klant in mijn kappersstoel, begin dit jaar. Net voor de lente hadden we veel zon: koude dagen, maar prachtig weer. Ik was zo gelukkig—nog midden in de winter naar buiten kijkend en volle zon zien, doorkomende bloemetjes en geen wolkje aan de lucht. Hij kwam binnen met de woorden: “Jezus, wat vreselijk die winter. Zo koud, niet te doen. Wat een dag.” Dat zegt veel over je als mens. Over de staat van je ‘glas’, maar ook was het voor mij een besefmoment dat mijn eigen glas in perspectief behoorlijk vol begon te raken. Dat merk ik aan alles, en het maakt het leven een stuk minder zwaar.
Ik merk het ook als kapper. In de stoel vinden mensen altijd wel iets negatiefs. Dan doe ik vaak een poging tot reflectie: “Maar is er dan niets wat je wél mooi vindt aan deze tijd van het jaar?”
Probeer het eens als een soort test. Elke keer dat er een negatieve gedachte naar boven komt, vraag jezelf af: is dit echt nodig? Of is dit een mechanisme dat ik mezelf in de loop der jaren heb aangeleerd? Zou ik dit voor mezelf anders kunnen invullen?
Ook al voelt het in het begin niet helemaal oprecht, ik kan je verzekeren dat het na lang genoeg proberen je nieuwe normaal wordt. Ik ben het levende bewijs en kan je zeggen: het is het meer dan waard.


Geef een reactie