Alles wat je niet verandert kies je..

Zuzanka

Jigsaw of love

Voordat ik verderga met mijn comedy-binge, moest ik even mijn gedachten kwijt, want mijn schrijfbrein is getriggerd. Ik keek net Daniel Sloss’ comedyshow Jigsaw op Netflix. Supergrappig, zo goed en zo diep. En nu zit ik in een spiraal over wat liefde écht is, hoe wij het vormgeven en of het niet gewoon een mechanisme is dat in meerdere aspecten van ons leven terugkomt.

We worden vanaf kinds af aan gehersenspoeld dat we, om onze puzzel compleet te maken, een ontbrekend stukje moeten vinden dat “onze partner” voorstelt. En zelfs wanneer dat stukje niet helemaal past, proberen we het passend te maken. We schuren het bij, proppen het erin, doen alles wat we kunnen om te zorgen dat het past, omdat ons is geleerd dat het altijd beter zou moeten zijn dan alleen zijn.

Vinden wij onze partner wanneer de liefde ons vindt, of wanneer wij denken dat we er ‘klaar voor zijn’ — en nemen we dan genoegen met wat het dichtst in de buurt komt?

Liefde zou moeten komen wanneer het komt. Het klikt, het klopt, je voelt: “Dit is het.” Niet omdat jij nu toevallig zoveel innerlijk werk hebt gedaan en besluit dat het “tijd” is, of omdat je biologische klok begint te tikken en je eierstokken ongeduldig worden, want straks is het misschien wel “te laat”.

Bestaat er zoiets als right person, wrong time?
Ik denk van niet. Als het de juiste persoon was geweest, had de timing niet uitgemaakt. Misschien had iemand mooie kwaliteiten, maar zonder die volledige spark ís het het gewoon niet. We worden vaak verliefd op potentie: “Als dit en dit verandert, dan is hij perfect.” Maar dat is een belachelijk slechte start — beginnen met een lijst van wat er beter moet.

Ik denk dat meer dan de helft van de relaties niet gebaseerd is op echte liefde. Ongeveer de helft van de huwelijken eindigt in een scheiding, en van de andere helft blijven veel mensen “voor de kinderen” of uit angst voor het onbekende. Angst dat niemand je nog wil “op deze leeftijd”, met bagage, kinderen, whatever. Dus de helft die wél over is, blijkt ook wankel.

Daniel maakte ook de scherpe opmerking: “Er leven 7,5 miljard mensen op deze wereld, maar we worden allemaal toevallig verliefd op iemand die binnen een straal van 35 kilometer woont.”
Erg toevallig inderdaad. En sterker nog: als dat niet lukt, helpen we het lot via datingapps, waar we mensen selecteren op vijf zinnen en vijf zorgvuldig gekozen foto’s. Op een derde date hebben we al zó veel geïnvesteerd dat we eisen beginnen te schrappen. Want we moeten niet zo streng zijn, toch? Dat leer je namelijk ook: “Relaties zijn hard werken.” Je moet water bij de wijn doen. Elkaar accepteren. De dingen die je niet leuk vindt tolereren.

Maar is dat liefde? Of hebben we onszelf aangeleerd om elk puzzelstukje af te vlakken zodat het overal wel in past?
Als alles afgevlakt is, gaat de bijzonderheid verloren. Dan maakt het niet meer uit wie past — als het ademt, een hartslag heeft en warm is, lijkt het al genoeg.

In veel delen van ons leven leren we dingen tolereren. Het is een vorm van coping die soms helpend is. Je richt je op de positieve kanten: de lichtjes, de feestdagen, de gezelligheid — terwijl je de kou eigenlijk haat. Veel mensen doen dit ook met hun baan. Veertig uur per week geen plezier, maar “het geld is goed” en “op vakantie is alles leuk”.

Maar doen we dit óók in de liefde?

Weten de meeste mensen überhaupt wat echte, onvoorwaardelijke liefde betekent?
Horen al die mankementen die 80% van de relaties heeft er écht bij, of hebben we simpelweg gekozen dat dit de persoon is en is blijven makkelijker dan opnieuw beginnen? Makkelijker dan toegeven dat je ongelukkig bent? Makkelijker dan twijfelen over wat je waard bent?

We willen allemaal geliefd zijn — soms nog harder dan we van onszelf houden. En ja, soms om een gat te vullen. Letterlijk én figuurlijk. Maar betekent dat dat je niet genoeg hebt aan jezelf? Dat je altijd een wederhelft móét vinden? Is dat verlangen naar liefde hetzelfde als niet alleen kunnen zijn?

Ik wil liefde absoluut niet bagatelliseren. Dit alles bracht me gewoon aan het denken: waar hoor ik in dit verhaal?

Ik ben wat je noemt een hopeless romantic. Ik geloof in liefde in hart en ziel. Ik houd van liefde — het idee ervan, het voelen, het geven, het ontvangen. Ik wil heel graag een partner, maar ik wil dat het organisch ontstaat. En dat betekent dat ik mezelf nooit meer kleiner maak voor liefde, want dan ís het geen liefde. Ik zoek niet, maar ik droom wel. Ik sta open voor liefde, maar ik duw het universum niet in een bepaalde richting. Geen datingapps. Geen “versnellers”. Liefde komt wanneer het komt.

Ik heb niet het gevoel dat ik niet genoeg ben zonder iemand anders. Integendeel: ik ken mijn waarde. Misschien droom ik juist daarom van liefde — liefde die niet vult, maar aanvult. Iemand die zelf gelukkig is en die overvloed wil delen. Niet omdat we alleen niets waard waren, maar omdat we nóg meer liefde over hebben om te delen.

Ik geloof dat die liefde bestaat. Dat mensen zo puur van elkaar kunnen houden. Ik kan het ook, dus waarom zouden er niet meer zijn zoals ik? Ik denk graag van mezelf als speciaal, maar het zou toch niet zo zijn dat ik de enige ben op de inmiddels 8 miljard die dat zo ervaart.

In dat geweldige stuk van Sloss zat één ding waar ik het niet helemaal mee eens was. Hij zei dat we, op het moment dat we de waarheid inzien, moeten durven erkennen dat we jaren van ons leven verspild hebben — en dat we moeten kiezen of we de rest óók willen verspillen.

Ik denk inderdaad dat, als je het wéét en je ervoor kiest om te blijven, je je leven verspilt. Maar ik vind niet per se dat de jaren ervoor verspild zijn. Misschien als je tientallen jaren samen bent geweest en de relatie al halverwege doodgebloed was. Maar ik geloof dat relaties vaak een weerspiegeling zijn van onszelf — levenslessen. Dit zijn de mensen die het dichtst bij ons komen en van wie we het meest leren. Het kan heel waardevol zijn, zolang je er iets van leert en de volgende keer niet in dezelfde straat, in dezelfde hoop stront stapt. Sommigen stoten hun hoofd vijf keer aan dezelfde steen, maar goed — dan was je er blijkbaar nog niet klaar voor.

Daarnaast zijn er vaak ook mooie momenten geweest. We groeien als mensen, en dat iemand nu niet meer bij ons past, betekent niet dat het ooit niet heel erg leuk was. Het is oké om dat te laten voor wat het was — als herinnering.

Moraal van het verhaal: liefde is prachtig, puur en zeldzaam. Je vindt het, of het vindt jou. Maar stop met zoeken en settelen voor the bare minimum. Single zijn is geen schande.Geloof mij: ik had na mijn negenjarige relatie “de liefde van mijn leven gevonden” — toevallig mijn eerste Tinderdate. Gelijk raak… tot het een gigantische blamage bleek te zijn, waarin ik mezelf anderhalf jaar zo erg verloor dat mijn vrienden en familie zeiden dat er van mij niks meer over was. Maar ik bleef, want dat was beter dan alleen… Ik hield van hem… of eigenlijk: niet van mezelf.

Ik kan niet wachten tot ik weer verliefd ben, maar tot die tijd forceer ik niets. Ik geniet van mijn tijd alleen, want jeetje — wat ben ik leuk gezelschap. Zelfs alleen voor mezelf. Dit zijn mooie jaren, je single-jaren, want in een relatie — hoe mooi ook — ben je altijd onderdeel van twee. Geniet van deze quality time met jezelf en open je hart. Dan komt het moois vanzelf.

En zit je in een relatie en twijfel je soms of je wel echt gelukkig bent… kijk de show. Die heeft inmiddels zo’n honderd relaties beëindigd — terecht.

Zo kan ik nog wel langer doorgaan, want dan hebben we nog de vragen: hoe werkt het met liefde op het eerste gezicht? Bestaat dat? Of moet liefde langzaam groeien? Is snel altijd explosief en ook snel weer over? Is slow altijd steady of is het iemand langzaam in je puzzel laten passen? Is er wel liefde voor iedereen? Past op elk potje een dekseltje? Of zijn er ook mensen die niet gemaakt zijn voor liefde? Of zit het gewoon in onze natuur — de warmte opzoeken? Het verschil tussen affectie, aanhankelijkheid en afhankelijkheid, tussen codependence en coregulatie? Maar als ik hier allemaal op inga, ben je vast je concentratie kwijt en ik ook. Dus laten we dit part 1 noemen, want ik schrijf en denk graag na over de liefde, dus wordt vervolgd.

Voor nu: waar sta jij in dit stuk?

Denk jij dat je ooit echt liefde hebt ervaren?

Ik denk dat ik er nu toe in staat zou zijn, omdat ik zoveel heb geleerd. Ik denk niet dat mijn vorige relaties pure liefde waren, maar dat is oké. Op dat moment dacht ik van wel. Het was een leerproces, ik had geen gezond vergelijkingsmateriaal.

Uiteindelijk is dát waar het leven om draait toch? Leren, groeien en het de volgende keer weer proberen.

Maar verlies geen hoop. Want als je het eenmaal vindt, is het vast het wachten waard geweest.

Voor nu zoetsappige liefdesfilms vol tranen. Als ik de mijne nog niet heb, geniet ik wel voor de ander. Want eerlijk: zoiets gun je iedereen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *