Alles wat je niet verandert kies je..

Zuzanka

God, maar dan anders

We leven in een wereld waarin er gevochten wordt voor minder hokjes — door juist steeds meer hokjes te creëren. Alles krijgt regels, waar je wel of niet in past. Zo ook verschillende vormen van geloof.

Ik heb aan alle kanten van dit spectrum gestaan, niet altijd even serieus. Het begon met gewoon meedoen met mijn familie als katholiek — want laten we eerlijk zijn: veel mensen geloven gewoon omdat het hen met de paplepel is ingegoten.

Daarna kwam juist de afkeer van het geloof. “Satanisme” — waarin ik mij nooit echt heb verdiept, maar als rebelse puber klonk het wel heel cool. Of atheïsme. “Als je doodgaat, wordt alles zwart, net als mijn ziel.” Als dat geen depressie schreeuwt, weet ik het ook niet.

Tot ik weer zachter werd en mezelf vond. Spiritualiteit vond. Eigenlijk herontdekte, want hoe ik er altijd over dacht was al heel spiritueel. Ik ervaarde, zag, hoorde, rook dingen die mensen niet zagen al vanaf een vrij jonge leeftijd.

“Wat is je geloof?” voelt soms als: “Wat is je voedingsvoorkeur?” Toen ik veganist was, vonden sommige mensen mij geen echte veganist omdat ik tweedehands leer droeg of omdat ik eens in de maand mijn favoriete Poolse chips haalde als ik ongesteld was, want daar zat melkpoeder in. Dan was je ineens nep. Als één ding buiten de boot valt, ben je ineens geen echte.

Ik ben volledig gestopt met mezelf in die hokjes te proppen.

Dit is hoe ik geloof:

Ik geloof in God. Alleen niet zoals jij hem misschien kent. Naja, hem… Ik voel dat het voor het grootste deel vrouwelijke energie is. Maar vooral: wij zijn allemaal God. Onze zielen zijn goddelijk. Onze engelen, gidsen en spirits zijn net als wij, alleen in een andere vorm. Wij moesten nog lessen leren, en zij zijn er om ons te ondersteunen — maar dat maakt ons niet minder dan zij. Daarom zijn wij onderdeel van God, daarom voelen, zien en horen we hen, en kunnen we dat contact leggen.

Ik geloof niet in de Bijbel in de zin dat ik hem letterlijk moet naleven. Die is tenslotte geschreven door mensen. Maar het zou best kunnen dat veel van de verhalen waar zijn — ik heb zelf ook spirituele wonderen zien gebeuren.

Ik ga wél naar de kerk, niet elke zondag, soms wel — vooral wanneer ik het nodig heb. Kerken zijn gebouwd op heilige grond; vroeger werden ze gebruikt om mensen energetisch te helen. Ik voel mij welkom in de kerk omdat dat de plek is waar ik kan verbinden met ‘God’, ook al geloof ik niet hetzelfde als de meeste mensen die er komen. Al die regels zijn door mensen opgelegd, maar dat betekent niet dat ze per definitie waar zijn. Ik ga graag naar de Poolse kerk, omdat ik mij dan verbonden voel met mijn cultuur, die ik mis sinds ik niet meer in mijn land woon.

Ik draag vaak een rozenkrans of kruisje, omdat het mij wederom verbindt met geloof. Soms reinig ik die met heilig water wanneer ik in de kerk ben.

Ik ben niet bezig met de verhalen of Jezus, of wat er in het verleden is gebeurd. Het kan zijn dat die mensen echt hebben geleefd maar dat heeft voor mij niets te maken met mijn connectie met spirit. Ik geloof niet dat iemand voor mij is gestorven zodat ik kon zondigen; dit is mijn pad.

Ik geloof ook dat reïncarnatie bestaat. Dat je mensen kunt ontmoeten die je kent uit vorige levens, of dat iemand herboren wordt binnen je familie. Dat je je eigen levenspad, ouders en trauma’s kiest vóór je op aarde komt. Hoe wreed sommige dingen ook zijn, het zijn lessen die jouw ziel moet leren. Als ze allemaal zijn voldaan, hoef jij ook niet meer terug.

Ik bedek vaak mijn hoofd met een doek, vooral toen ik vrijwel kaal was. Ik had alles afgeschoren omdat ik geloof dat dat mijn energie opschoont, zoals in veel culturen en tradities. Maar ik voelde me ook kwetsbaar voor andermans emoties en de binnendringing van energie. Ik wilde mezelf afschermen. Bedekken. En tot nu toe, wanneer ik weet dat iets emotioneel gaat zijn, lastig of zwaar, of wanneer iemand aanwezig zal zijn met belastende energie, bedek ik mijn hoofd. Ik bescherm mijn kruin voor de energie van buitenaf.

Soms draag ik lange rokken over mijn knie en bedek ik mijn lichaam, omdat ik in een spiritueel moment zit en mijn energie wil beschermen van anderen. Dat is echter niet constant.

Ik heb tattoos in mijn gezicht uit de Berberse cultuur van de Amazigh-volkeren. Voor mij hebben deze een spirituele betekenis, gebonden aan geloof en bescherming.

Toen ik in de brugklas zat, kreeg ik een amulet van Boeddha van mijn toenmalige beste vriendin uit Thailand. Hij zou mij beschermen, omdat zij toen der tijd de enige was die geloofde dat ik geesten zag. Dit amulet mocht nooit lager hangen dan mijn middel. Hij hangt nog steeds aan de muur in mijn kamer, en ik bescherm hem, trouw aan de regels, uit respect.

Alle geloof is in essentie hetzelfde. De goden zijn hetzelfde. De regels van mensen — geen pijn doen, dit, dat — zijn hetzelfde. Het wordt alleen anders verteld. Het een is niet beter dan het ander; het is gewoon anders. De een is misschien iets toleranter, maar daar zouden we in de wereld op veel vlakken nog aan kunnen werken.

Ik noem het maar ‘spiritueel’. Het is een raar woord, alsof je met dat woord al zegt dat het niet ‘echt’ is. Maar we hebben het geaccepteerd. Eigenlijk ben ik een mix van heel veel geloven. Ik denk dat elke plek — kerk, moskee, tempel — voor iedereen zou moeten zijn, als een heilige, veilige plek waar je welkom bent, zolang je de plek en de mensen daar met respect behandelt.

Ik hoef mezelf niet in een hokje te plaatsen. Ik geloof op mijn manier. Dingen die ik niet kan verklaren, laat ik open tot ik het wel kan, of accepteer dat sommige dingen onverklaard blijven. Mensen geloven graag in religie omdat ze niet tegen onwetendheid kunnen. Maar niet alles kan verklaard worden — en dat is oke. Ik hoef niet alles te weten, vooral dingen waar ik in dit leven toch niks aan heb. Ik ben hier voor mijn reis, en die doe ik op mijn manier. Steeds vaker merk ik dat ik mensen tegenkom die mijn manier van denken grotendeels delen. Dat vind ik heel mooi.

Laat elkaar wat meer ademen. Je mag van alles uit elk geloof meenemen, kijk wat bij jou past. Ik zorg ervoor dat ik mij elke dag goed voel. Dat ik mij elke dag verbonden voel met mijn geloof, door meditatie, door te bidden, door tarot en orakel — en ik heb daar al prachtige bevestigingen uit ontvangen. Eén van die ervaringen geeft me tot vandaag nog kippenvel en traanogen, een hele bijzondere bevestiging dat ik op de goede weg zit.

Misschien is het helemaal niet zo belangrijk van welke ‘religie’ we deel uitmaken, maar welk soort mensen we zijn. Of we liefhebben, goed zijn, verbonden zijn met spirit, zonder dat een boek of gebedshuis dat bepaalt. De essentie is hetzelfde: de connectie met het grotere geheel, trouw, geloof, liefde. Dat ‘God’ jou helpt als kompas, want zodra we hier weer geboren worden, vergeten we het leven dat we eerder hebben geleefd — behalve misschien in hele diepe meditatie of een ayahuasca-trip.

Misschien moeten we gewoon verbinden en zijn, in plaats van oordelen over waar we onderdeel van uitmaken. Zo verspil je alleen maar tijd. En ik denk dat dat sowieso niet ‘Gods bedoeling’ was toen zij jou het leven schonk.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *