Dat is toch wel iets wat je heel vaak van mensen hoort.
Vaak als grapje, met een ongemakkelijke glimlach in een moeilijk moment.
Toch zijn er mensen die zweren bij deze gedachte — en ik ben er één van.
Niet dat ik deze zin vaak letterlijk gebruik, maar ik leef zeker bij de essentie ervan:
Leef alsof het al zo is.
Draag het, tot het past.
Ik kom graag even uitgebreider terug op het stukje uit mijn eerste post, waarin ik zeg dat het vaak ons brein is dat ons van grootse dingen weerhoudt — niet de dingen zelf.
Het menselijk brein werkt met groeven.
Als jij elke dag hetzelfde pad bewandelt — bijvoorbeeld het pad van “ik kan niks, mijn leven is niet waardevol” — dan maak je die groef steeds dieper.
Dat is nou eenmaal hoe het werkt.
Als we deze fictieve ‘paden’ en ‘groeven’ eens vergelijken met een echt weiland, besef je je dan hoe lang je zou moeten lopen over een begroeid veld om een nieuw pad te creëren?
En hoe lang het zou duren voordat het oude pad volledig verdwijnt?
Aangezien ons brein die groeven en paden toch maakt, ga daar dan eens mee spelen. Gebruik het in je voordeel.
Ook al lieg je in het begin een beetje tegen jezelf:
Vertel jezelf dat je het kunt.
Dat ze je gaan aannemen.
Dat diegene die je mee uit gaat vragen, sowieso “ja” zegt.
Niet omdat je het zeker weet — maar omdat je het kiest om te geloven.
Het is nooit 100% gegarandeerd dat het lukt.
Maar geloof mij: je zult versteld staan van hoe vaak het wel lukt.
En hoe snel je jezelf ineens gelooft.
Je hebt zoveel meer kans in elke situatie als je er vol zelfverzekerdheid in stapt.
Mensen ruiken dat.
Jezelf verkopen is tegenwoordig krachtiger dan sommige diploma’s.
Je ziet tegenwoordig ook steeds vaker video’s van exposure of rejection therapy — mensen die op straat de meest absurde dingen vragen, met een glimlach en een bak zelfvertrouwen.
Of het nou is dat ze vragen of ze bij iemand thuis mogen mee-eten, op iemands rug gedragen willen worden, of een rondje in een onbekende auto willen rijden — je kunt het zo gek niet verzinnen, en tóch zeggen mensen vaak ja.
Waarom?
Omdat de manier waarop ze zichzelf presenteren krachtig is.
Ze vragen het niet alsof het raar is.
Ze doen alsof het vanzelfsprekend is. Ze zijn vrolijk, zeker, open.
En dat werkt.
Zo werkt het leven dus ook.
Wat mij altijd in het leven heeft geholpen, is toch mijn zelfvertrouwen.
Ik leef bij wat Pippi Langkous ooit zei:
“Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.”
Elke baan die ik aanging zonder kwalificatie, elk nieuw avontuur — ik stond (en sta) daar, en ik vertrouw op mijn eigen kunnen.
Tuurlijk is iedereen ergens onzeker over.
Of het nou innerlijk of uiterlijk is, zichtbaar of onzichtbaar — we hebben het allemaal.
Maar we zijn óók allemaal krachtige, sterke wezens.
Ik heb mij laatst laten vertellen dat een gemiddeld persoon ongeveer 30% van zijn lichamelijke capaciteit gebruikt.
In programma’s als Expeditie Robinson of Special Forces zie je wat het menselijk lichaam kan als je het pusht.
Maar ook bij bevallingen, trauma’s of moeilijke momenten in het leven zie je:
Wanneer er een échte uitdaging is, kunnen we veel meer dan we denken.
Ik probeer dat elke dag toe te passen.
Ik ben me ervan bewust dat ik soms niet bewust ben van wat ik allemaal kán.
Ik geloof: alles is mogelijk.
Maar hebben we de motivatie, discipline, wilskracht en het geduld om het te voltooien?
We noemen het vaak een “onrealistisch beeld” als iemand groots droomt, omdat we geneigd zijn te projecteren.
We projecteren onze eigen gedachten — dat wij maar ‘gewone’ mensen zijn, die tot ‘gewone’ dingen in staat zijn. Dus dat gaat toch vast niet lukken?
En dan voelen we ons soms nog stom ook, gewoon voor het feit dat we het überhaupt willen proberen.
Misschien lachen ze ons uit.
Ik weet het nog als de dag van vandaag.
Een aantal jaar geleden vertelde ik aan een collega over de dromen die ik had — dromen die ik nu aan het uitvoeren ben.
Ik zei dat ik hier succesvol in ging worden, dat ik mensen zou helpen, en dat ik er uiteindelijk comfortabel van zou kunnen leven. Want ik voelde dat zó diep in mijn hart.
Maar hij moest hard lachen.
Sarcastisch zei hij:
“Leuk hoor, die dromen… Maar je bent nu 24. Als je succesvol was geweest, of een goede baan had gehad, dan was dat nu allang zo.”
Daarna vertelde hij nog dat hij zelf inmiddels had geaccepteerd dat hij “gewoon het normale leven leeft”.
“We zijn niet speciaal.”
Maar weet je — ik geloof júíst dat we speciaal zijn.
Niet beter, niet perfect, maar wel uniek.
En dat we allemaal de potentie hebben om iets te bouwen dat groter is dan wat we ooit hebben gekend.
Wat is het ergste dat er kan gebeuren?
Dat is ook een van de gedachten die mij vaak helpt in moeilijke momenten — op welk vlak dan ook.
Iedereen wordt wel eens afgewezen voor een baan, loopt een blauwtje, of maakt een fout op werk.
Of dat nou is: koffiemelk verbranden, een kapsel verknippen, een afspraak vergeten, of iets uitproberen dat een flop blijkt te zijn…
Weet je wat je jezelf in elk geval nooit hoeft te verwijten?
Dat je het niet geprobeerd hebt.
Over een paar jaar kun je om elke blunder lachen.
Maar geloof me: je gaat niet lachen om het feit dat je niks hebt gedaan,
…omdat het misschien fout kon gaan.
Elk moment is maar een moment, het is zo weer voorbij, weegt er niet zo zwaar aan, volgende keer beter.
Welke oude groeven blijf jij bewandelen die je nog steeds belemmeren?
Als je nu, per direct, een nieuw pad kon creëren — wat zou dat dan zijn?
Wat houdt je tegen?



Geef een reactie